GÜNTHER
FREITAG
Cavazzoni-variaties
Een
meesterschilder dronk half februari een potje verfverdunner
en overleed een dag later in het ziekenhuis. Hij had zich ingebeeld
dat zijn vrouw, terwijl hij ergens anders woningen schilderde,
thuis regelmatig andere mannen ontving.
Nadat
hij half maart een liter motorolie had gedronken, overleed een
eerste monteur in het ziekenhuis. Hij had zichzelf aangepraat
dat zijn vrouw het in zijn woning met een meesterschilder deed,
terwijl hij auto's repareerde. Hij wist niet dat de meesterschilder
al in februari een potje verfverdunner had gedronken en in hetzelfde
ziekenhuis was overleden.
Een
apotheker overleed half april in een ziekenhuis, nadat hij een
paar doosjes van een sterk medicijn tegen hartkwalen en een
buisje slaaptabletten had doorgeslikt. Hij meende dat zijn vrouw
verhoudingen had met een meesterschilder en met de eigenaar
van een garagebedrijf, die beurtelings met haar in zijn huwelijksbed
stoeiden, terwijl hij in de apotheek stond en zijn clientèle
bediende.
Half
mei, tijdens de eerste warme dagen, overleed in een ziekenhuis
een kapper, nadat hij twee liter van een uiterst giftig haarkleurmiddel
had gedronken. In een verwarde afscheidsbrief schreef hij over
zijn razende jaloezie, die hij met geen mogelijkheid nog uit
zijn hoofd kon zetten. Naar zijn mening ontving zijn vrouw,
terwijl hij in zijn salon het haar van zijn clintèle
knipte, verfde en watergolfde, die mannen die zich eerder door
hem hadden laten bedienen, zoals de meesterschilder, wiens zaak
in dezelfde straat lag als zijn salon, de eerste monteur uit
het zijstraatje of de zonderlinge apotheker. Dat dezen op het
tijdstip waarop hij in zijn wanhoop het kleurmiddel opdronk,
niet meer leefden, werd in de rubrieken met het plaatselijk
nieuws bestempeld als 'ironie van het lot'